Hersenkronkel

Een blije eikel

De moed hebben om niet aardig gevonden te worden

Ichiro Kishimi en Fumitake Koga beschrijven in The Courage to Be Disliked en The Courage to Be Happy hun belangrijkste wijze lessen over relaties tussen mensen. Hun werk is gebaseerd op de psychologie van Alfred Adler. Kishimi en Koga nodigen uit om minder bezig te zijn met controle, erkenning en vergelijking, en meer met moed, autonomie, verbondenheid en bijdrage. Hun filosofie kort samengevat, zou deze kunnen zijn:

De grootste vergissing van de mens is te denken dat geluk ontstaat door de wereld of andere mensen te veranderen, terwijl duurzame vrijheid begint wanneer je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen keuzes, anderen hun eigen verantwoordelijkheid laat dragen en vanuit gelijkwaardigheid bijdraagt aan het leven van anderen.

In deze hersenkronkel wil ik met frisse moed eens dieper ingaan op de verschillende aspecten, die aan hun filosofie ten grondslag liggen. Wat zouden zij zeggen over de wereld van vandaag? Waarschijnlijk iets als:

  • We verwarren populariteit met eigenwaarde
  • We proberen voortdurend elkaar te controleren
  • We zoeken zekerheid in goedkeuring
  • We leven vanuit vergelijking en zien verschillen in status belangrijker dan gelijkwaardigheid
  • We geven omstandigheden meer macht dan onze eigen keuzes.

En daardoor raken mensen steeds verder verwijderd van vrijheid én van echte verbondenheid.

Ik heb 1.000.000 volgers

"Ik heb één miljoen volgers." Het klinkt als een indrukwekkende prestatie. In onze tijd lijkt populariteit bijna een nieuwe maatstaf voor succes. Hoe meer mensen je volgen, hoe waardevoller je lijkt. Maar daarin schuilt precies de denkfout die zoveel mensen ongelukkig maakt.

Populariteit is namelijk iets wat anderen jou geven; eigenwaarde is iets wat jij jezelf toestaat. Wie zijn gevoel van waarde laat afhangen van applaus, likes of bewondering, maakt zichzelf afhankelijk van iets waar hij uiteindelijk geen controle over heeft. Vandaag word je toegejuicht, morgen kiest het publiek voor iemand anders.

Daar komt nog iets bij. Populariteit is niet alleen moeilijk te verkrijgen, maar nog moeilijker om vast te houden. Wie leeft van de aandacht van anderen, moet die aandacht steeds opnieuw verdienen. Dat verklaart waarom sommige influencers steeds extremere uitspraken doen, riskantere uitdagingen aangaan of steeds sensationelere content produceren. Niet omdat zij per se extremer wíllen worden, maar omdat het publiek eraan went en de algoritmen voortdurend om iets nieuws vragen. Ook financieel ontstaat een afhankelijkheid: zodra bereik afneemt, dalen advertentie-inkomsten en komt de druk om zichtbaar te blijven alleen maar verder toe. Populariteit verandert zo ongemerkt van een beloning in een verplichting.

Dat is de prijs van een leven dat afhankelijk is geworden van de waardering van anderen. Populariteit is niet alleen een onbetrouwbare bron van eigenwaarde, maar ook een gevangenis die voortdurend onderhoud vraagt. Wie leeft van applaus, moet blijven presteren voor een publiek dat morgen weer iets nieuws verlangt. Je bent dan niet langer vrij om te doen wat je belangrijk vindt, maar voelt de noodzaak om te doen wat aandacht oplevert.

De vraag is daarom niet hoeveel mensen jou volgen, maar of jij jezelf nog volgt. Durf je keuzes te maken die passen bij jouw overtuigingen, ook als ze minder bereik opleveren? Heb je de moed om eerlijk te zijn wanneer dat ten koste gaat van je populariteit?

De vraag is niet hoeveel mensen jou volgen, maar wie jij bent wanneer niemand kijkt.

Ctrl + Alt + Del

"Als iedereen zich gewoon aan de regels houdt, komt alles goed."

Het is een gedachte die geruststellend klinkt. We verlangen naar voorspelbaarheid, orde en zekerheid. Daarin schuilt echter een fundamentele denkfout: we overschatten voortdurend onze mogelijkheid om de wereld en andere mensen te beheersen.

Die behoefte aan controle zien we overal terug. In gezinnen waar ouders elk risico uit het leven van hun kinderen proberen weg te nemen. Op de werkvloer waar managers elk detail willen controleren. En in de samenleving als geheel. Na iedere crisis, ieder incident of iedere maatschappelijke spanning ontstaat al snel de roep om nieuwe regels, strengere handhaving of meer toezicht. Daarachter schuilt steeds dezelfde overtuiging: dat een complex menselijk probleem kan worden opgelost door meer grip, meer sturing en meer controle.

Juist daar begint de onvrijheid. Niet omdat regels of handhaving op zichzelf verkeerd zijn, maar omdat controle gemakkelijk verandert in de overtuiging dat het leven maakbaar is. Wie probeert de overtuigingen, gevoelens en keuzes van anderen te beheersen, maakt zijn eigen rust afhankelijk van iets wat nooit volledig beheersbaar is. Controle lost zichzelf nooit op; zij creëert steeds nieuwe redenen om nóg meer controle uit te oefenen. Uiteindelijk wordt controle niet alleen een middel, maar ook een gevangenis die voortdurend onderhoud vraagt.

Adler noemt dit een schending van de taakscheiding. Jij bent verantwoordelijk voor jouw keuzes, niet voor de overtuigingen van een ander. Zodra wij geloven dat vrijheid ontstaat doordat iedereen doet wat wij wenselijk vinden, zijn we de essentie van vrijheid al kwijtgeraakt. Een vrije samenleving ontstaat niet doordat iedereen hetzelfde denkt of zich hetzelfde gedraagt, maar doordat mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen handelen en de vrijheid van anderen verdragen, ook wanneer die schuurt.

Een samenleving kan echter niet bestaan zonder regels. Vrijheid betekent niet dat iedereen maar doet waar hij zin in heeft. Zonder afspraken over eigendom, veiligheid, eerlijkheid en respect is het onmogelijk om verantwoordelijkheid te nemen. De vraag is daarom niet óf regels nodig zijn, maar welk doel zij dienen.

Regels worden problematisch wanneer zij niet langer bedoeld zijn om de vrijheid van iedereen te beschermen, maar om mensen te laten denken, voelen of leven volgens de overtuigingen van anderen. Er is een wezenlijk verschil tussen regels die voorkomen dat we elkaar schade toebrengen en regels die proberen de ander te vormen. De eerste scheppen ruimte voor vrijheid; de tweede beperken haar.

Misschien schuilt daarin ook de blijvende kracht van oude morele kaders, zoals de Tien Geboden. Veel van deze geboden gaan niet over het controleren van anderen, maar over het begrenzen van jezelf: niet stelen, niet doden, niet liegen, niet begeren wat een ander toebehoort. Ze leggen de nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid als voorwaarde voor een gezonde gemeenschap. Een vrije samenleving ontstaat daarom niet door steeds meer controle, maar door heldere grenzen te stellen aan schadelijk gedrag en mensen daarbinnen de ruimte te geven hun eigen leven vorm te geven.

De vraag is niet hoeveel regels een samenleving nodig heeft, maar hoeveel vertrouwen zij nog aandurft.

Vind je mij aardig?

Je typt een bericht. Je leest het nog eens terug. Misschien komt het te direct over. Je voegt een smiley toe. Daarna haal je hem toch weer weg. Je vervangt een paar woorden, omdat ze misschien verkeerd kunnen vallen. Uiteindelijk stuur je het bericht pas wanneer je denkt dat de ander het waarschijnlijk wel aardig zal vinden. Herkenbaar? Dan ben je niet bezig met wat jij wilt zeggen, maar met de vraag hoe jij ontvangen zult worden.

Het is een vraag die maar zelden hardop wordt uitgesproken, maar die verrassend vaak ons gedrag bepaalt. We zeggen ja terwijl we nee bedoelen. We vermijden conflicten om de sfeer goed te houden. We passen onze mening aan de groep aan. Niet omdat we van gedachten zijn veranderd, maar omdat afwijzing ongemakkelijk voelt.

De behoefte aan waardering is heel menselijk. Problematisch wordt het pas wanneer goedkeuring een voorwaarde wordt voor ons gevoel van eigenwaarde. Dan leven we niet langer vanuit onze eigen overtuigingen, maar vanuit de verwachtingen van anderen. We vragen ons niet meer af: "Wat vind ik belangrijk?", maar: "Wat zullen zij ervan vinden?".

Dat is precies de reden waarom Adler spreekt over de moed om niet aardig gevonden te worden. Niet omdat vriendelijkheid onbelangrijk is, maar omdat oprechte vriendelijkheid alleen mogelijk is wanneer zij vrijwillig wordt gegeven. Wie voortdurend aardig gevonden wil worden, loopt het risico zichzelf kwijt te raken. Hij zegt wat anderen willen horen, doet wat anderen verwachten en leeft een leven dat steeds minder van hemzelf wordt.

De paradox is dat wie krampachtig probeert door iedereen gewaardeerd te worden, uiteindelijk door niemand echt wordt gekend. Mensen ontmoeten dan niet jou, maar de versie van jezelf waarvan jij hoopt dat zij die zullen waarderen.

Misschien is de vraag daarom niet: "Vinden jullie mij aardig?" Misschien is de belangrijkere vraag: "Durf ik mezelf te zijn, ook wanneer niet iedereen mij aardig vindt?". Misschien begint vrijheid precies op dat moment.

Welke keuze zou jij vandaag maken als je zeker wist dat niet iedereen die zou waarderen?


Spotify logo Youtube logo

De tekst van Lilly Allen's Fuck You is een uitgesproken afwijzing van een ander. Je zou kunnen stellen dat zowel de behoefte aan goedkeuring als de behoefte om iemand af te wijzen nog steeds een vorm van afhankelijkheid zijn. Vrijheid ontstaat pas wanneer je niet meer hoeft te worden goedgekeurd, maar ook niet meer de behoefte voelt om een ander weg te zetten. Dan verschuift de aandacht van "Wat vind jij van mij?" of "Wat vind ik van jou?" naar "Welke keuze past bij mijn waarden?"


Calimero had ongelijk

Misschien was Calimero wel de eerste influencer van het vergelijkingsdenken. "Zij zijn groot en ik is klein, en dat is niet eerlijk". Adler zou waarschijnlijk glimlachend antwoorden: "Wie heeft je verteld dat groter ook waardevoller is?".

Veel menselijk lijden begint met die ene hardnekkige vergissing: we verwarren verschil met waarde. We kijken voortdurend naar anderen en plaatsen onszelf op een denkbeeldige ladder. Hij verdient meer, zij is mooier, hij heeft meer invloed, zij heeft meer volgers. Zonder dat we het doorhebben, veranderen verschillen in een rangorde waarin iemand altijd boven en iemand anders altijd onder staat.

Adler noemt dit een verticale relatie. Zodra we mensen beoordelen in termen van hoger en lager, beter en slechter, ontstaat competitie. Wie bovenaan staat, is bang zijn positie te verliezen. Wie onderaan staat, voelt zich tekortschieten. Jaloezie, onzekerheid, arrogantie en minderwaardigheid zijn volgens Adler geen afzonderlijke problemen; ze zijn de logische gevolgen van een wereld waarin mensen voortdurend worden vergeleken.

Daarom vraagt Adler ons uit om uit te gaan van een horizontale relatie. Mensen zijn niet gelijk omdat ze hetzelfde kunnen of hetzelfde bereiken. Mensen zijn gelijkwaardig omdat hun waarde niet afhangt van prestaties, bezit, status of populariteit. Een ervaren chirurg heeft meer medische kennis dan een beginnende verpleegkundige, maar niet meer menselijke waarde. Een directeur draagt andere verantwoordelijkheden dan een conciërge, maar is als mens niet méér.

Dat betekent niet dat verschillen verdwijnen. Integendeel, verschillen mogen er zijn. De denkfout ontstaat pas wanneer we denken dat verschillen bepalen hoeveel iemand waard is. Vanaf dat moment worden prestaties een bewijs van eigenwaarde en successen van anderen een bedreiging voor die van onszelf.

Misschien is de vraag daarom niet of iemand groter, rijker of succesvoller is. De vraag is of wij bereid zijn de ladder los te laten. Want zolang we blijven vergelijken, zal er altijd iemand boven ons staan. Pas wanneer we gelijkwaardigheid belangrijker vinden dan status, ontstaat er ruimte voor samenwerking in plaats van competitie, waardering in plaats van jaloezie en verbondenheid in plaats van strijd.

Niet de ladder is het probleem. De overtuiging dat jouw waarde erop af te lezen is.

Twee kinderen, één jeugd

Twee kinderen groeien op in hetzelfde gezin. Ze hebben dezelfde ouders, wonen in hetzelfde huis en maken grotendeels dezelfde gebeurtenissen mee. Toch kan de één terugkijken op een liefdevolle jeugd, terwijl de ander vooral pijn en tekort ervaart. Hoe kan dat?

Dit is geen bewijs dat het verleden onbelangrijk is, maar wel dat omstandigheden nooit het hele verhaal vertellen. De betekenis van een gebeurtenis ligt niet uitsluitend in wat er gebeurt, maar ook in de manier waarop wij die gebeurtenis begrijpen en welke keuzes wij vervolgens maken. Twee mensen kunnen dezelfde werkelijkheid ervaren en er een totaal verschillend leven uit opbouwen.

Daarmee verzet deze filosofie zich tegen de hardnekkige overtuiging dat ons verleden onze toekomst vastlegt. Natuurlijk laat het leven sporen na. Niemand kiest zijn ouders, zijn jeugd of de omstandigheden waarin hij opgroeit. Maar volgens Adler worden wij niet alleen gevormd door wat ons is overkomen; wij worden minstens zo sterk gevormd door de betekenis die wij eraan geven en de richting die wij vervolgens kiezen.

Dat betekent niet dat verantwoordelijkheid bij het slachtoffer wordt gelegd of dat pijn moet worden gebagatelliseerd. Het betekent wel dat omstandigheden ons niet van onze keuzevrijheid beroven. Hoe ingrijpend het verleden ook is geweest, het hoeft niet te bepalen wie wij morgen zijn.

Misschien is dat wel een van de meest bevrijdende én confronterende inzichten uit deze filosofie. We besteden vaak meer aandacht aan de vraag "Waarom is mij dit overkomen?" dan aan de vraag "Wat wil ik, ondanks alles, met mijn leven doen?". De eerste vraag richt onze blik op een verleden dat we niet meer kunnen veranderen. De tweede opent de deur naar een toekomst waarvoor we vanaf vandaag verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Het verleden verklaart veel. Het beslist niets.

Tot slot

Al deze denkfouten hebben één ding gemeen: ze richten onze aandacht op iets buiten onszelf. Op de waardering van anderen, op hun gedrag, op hun succes of op onze omstandigheden. Daarmee geven we de regie over ons geluk uit handen. Misschien begint vrijheid wel op het moment dat we die regie weer terugnemen.

Misschien is dat uiteindelijk de grootste les van Ichiro Kishimi en Fumitake Koga. Vrijheid ontstaat niet wanneer de wereld zich aanpast aan onze wensen, maar wanneer wij stoppen onze eigenwaarde afhankelijk te maken van populariteit, controle, vergelijking, goedkeuring of omstandigheden. Dat vraagt moed. De moed om verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven, zonder die van een ander over te nemen.

Sommige mensen zullen dat eigenwijs vinden. Anderen misschien zelfs egoïstisch. Of, om het wat luchtiger te zeggen: een eikel.

Maar misschien is een blije eikel wel gewoon iemand die eindelijk heeft ontdekt dat je niet door iedereen aardig gevonden hoeft te worden om gelukkig te zijn.

Ruistig logo